| De Molenbeekvallei
Het stroomgebied van de Molenbeek strekt zich uit over een oppervlakte
van ongeveer 5830 ha tussen Sint-Lievens-Houtem en Wetteren. De
Molenbeek ontspringt in de leemstreek te Oombergen en mondt uit
in de zandleemstreek te Wetteren en slingert zich over de hele lengte
door Natuurgebied, dat zich uitstrekt op zowel linker- als rechteroever.
De weilanden en hogerop gelegen akkergebieden zijn Agrarisch Waardevol
gebied. Het hoogteverschil tussen de randen van het stroomgebied
bedraagt ongeveer 75 m. Het verval bedraagt 3 m/km. De vallei heeft
een breedte van 250 m.

Tijdens het laatste ijstijdperk werd het versneden
tertiair oppervlak, dat hoger lag in de Vlaamse Vallei bedekt met
minder grof materiaal dan in de zandstreek. Juist ten zuiden van
Wetteren werd zandleem afgezet. In recentere tijden werd het zandleem
en leemdek door erosie aangetast en grotendeels als alluvium aan
de benedenkant van de hellingen en in de beekdepressies en de Scheldevallei
afgezet. Het beekdal is door taluds zeer duidelijk van het omringende
landschap te onderscheiden, en vormt een natuurlijke begrenzing
tegenover de duidelijk hoger liggende en drogere zandleemgronden.
De steilrand of talud is ontstaan doordat een houtkant of bosperceel
op een helling de erosie onderbrak. De gronden in de vallei kennen
een permanent hoge grondwatertafel, kwelzones komen op verschillende
plaatsen voor.
De Molenbeek is een ecologische waardevolle waterloop
omwille van haar goede structuur, kent veel meanders en natuurlijke
oevers. De beek is over meerdere trajecten breed en diep ingesneden,
met steile oevers die slechts sporadisch holten vertonen; in de
buitenbochten werd de bedding vaak diep ingeschuurd.
Stroomopwaarts de samenvloeiing van Waalbeek en Molenbeek is er
sterke meandering, zijn de oevers uitgezakt en takken in de bedding
verhogen nog de structuurdiversiteit.
In de diepere delen van de beek komen de zogenaamde pools voor en
in de binnenbochten waar het water trager stroomt, wordt het fijnere
materiaal afgezet.
In de buitenbochten en de ondiepere gedeelten, de riffles, waar
het water sneller stroomt, kan enkel het grof materiaal bezinken.
Het resultaat van deze processen in een meanderende rivier, met
een afwisseling van diepe en ondiepe stukken, noemt men het pool-riffle
of stroomkuilenpatroon.
De aanleg van 2 wachtbekkens op de Molenbeek door Aminal Afdeling
Water om de wateroverlast te verhinderen, bracht heel wat mogelijkheden
tot natuurontwikkeling. De gronden werden onteigend en worden op
natuurlijke wijze beheerd door de landbouwers. Daardoor evolueren
de waardevolle kwelgebieden tot een waardevol natuurgebied met de
specifieke fauna en flora, eigen aan dit gebied.
In dit kader werd de onmiddellijke omgeving van de Van Hauwermeirsmolen
aangeduid als educatieve zone waar verschillende beheersvormen zoals
begrazing en hooien aan bod komen. De historische beplanting rond
de molen is in ere hersteld door de aanplanting van een gemengde
houtkant, een hoogstamboomgaard, de aanleg van een poel en het herstel
van de bomenrij langs de Molenbeek.
^ naar boven ^
Grote Gele Kwikstaarten houden van watermolens
De Groene Kikkers rond van Hauwermeirsmolen
De
attente wandelaar of natuurliefhebber zal het wel opgemerkt hebben
dat het stroomgebied van de Molenbeek te Wetteren de laatste tijd
bevolkt wordt door een kikker die een afwijkende paarroep heeft
met deze van onze groene kikker die hier reeds sinds mensengeheugenis
de streek bevolkt. Deze paarroep die enigszins op een menselijke
lach lijkt en gekarakteriseerd wordt door op elkaar volgende kè-kè-kè-kè-kè-kè-kè-kè-kè-
tonen die soms vrij kort zijn, verschilt duidelijk van de roller
krr-krr-krr-krr-krr-krr-krr-krr- van onze inheemse kikkers. Deze
"lachende kikker" draagt de naam van Grote Groene Kikker
(R. ridibunda) en werd een twintigtal jaren terug door Bulgaren
geïntroduceerd in en rond de vijver van het tuinbouwbedrijf
Van Kerckhove aan de Oordegemsteenweg. Honderden kikkers werden
toen uitgezet. Van hun introductieplaats hebben ze zich dan langzaam
maar zeker verspreid over diverse kleine poelen en vijvers in de
valleitjes ten zuiden van de Schelde.
(Robert Jooris)
^ naar boven ^
Zolang de ezel zakken draagt, heeft de
molenaar hem lief
Kamiel en Baziel, de twee ezeltjes, houden het graasland en de hoogstamboomgaard kort. Ze eten, zoals het ezels betaamt, ook ruigtekruiden. Ze houden van berenklauw en gemaaide brandnetels, zevenblad en kleefkruid maar laten de typische voorjaarsflora van deze vochtige weiden zoals koekoeks- en pinksterbloem, ongemoeid. In de vroege zomer laten ze ook de bloeiende beekpunge, watermunt en akkerleeuwenbek staan voor de natuurliefhebber.
^ naar boven ^
Zwemmen in de molenbeek
Vandaag is de waterkwaliteit van de Molenbeek zeer slecht.
De geplande aanleg van collectoren en RWZI door Aquafin brengt hierin
wellicht een grote verbetering. Eens de collector die het afvalwater van Oordegem vervoert, aangesloten is, zal dit vervuilde water niet meer via de Onderbeek in de Molenbeek vloeien. In het voorjaar van 2010 zou de waterkwaliteit reeds merkelijk beter kunnen zijn. Dan is het nog twee jaar wachten tot ook in Sint-Lievens-Houtem het huishoudelijk afvalwater gezuiverd wordt in het daar geplande RWZI.
Bij verbetering van de waterkwaliteit heeft de Molenbeek grote potenties
in zich om opnieuw een beek vol leven te worden. In de zijbeekjes en grachten spartelt immers de stekelbaars rond en doet de ijsvogel visserkevis.
Duik in het verleden
De jeugd van toen legde dammetjes aan in de beek
en hoosde de paling uit het water. De Molenbeek en de watermolen
waren het unieke plekje om te poseren voor de fotograaf. De foto's
uit de oude doos getuigen van het plezier en de ontspanning die
men vond aan het water. Tijdens de hete zomers werd er gezwommen,
in de winter zocht het water een weg in het natuurlijk overstromingsgebied
en zorgde voor ijspret. Vroeger werd in alle beken, vlasrootputten en poelen
gezwommen en gevist in Vlaanderen. In de Molenbeek in Massemen was
dat net zo. Paling en bliek was er in overvloed.

Oude mensen vertellen
ook dat er een klein baardig visje zwom in de beek. Waarschijnlijk
was dat de kleine modderkruiper. Dit is een langgerekt bodemvisje,
waarvan het mannetje niet groter wordt dan 15 cm en het vrouwtje
slechts 8 cm. Het is een echte bodemvis. Hij heeft een naar beneden
gerichte bek waarmee hij, geholpen door 6 baardharen, de bodem afzoekt
naar iets eetbaars. Bij gevaar schiet hij heel snel in de modder
of zandbodem. Overdag houdt hij zich meestal helemaal schuil. Iin het slik in de Molenbeek zijn nog tal van zwanemosselschelpen te vinden. Samen met de
verschilllende vissoorten verdween ook dit vervuilinggevoelig weekdier
uit onze beek. ^
naar boven ^
|